Eveline | Navigeren op zee zonder hulpmiddelen

Stel, je bent op zee. Je gps en alle andere apparatuur doen het niet meer. Je bent “lost at sea”. Dit overkomt honderden mensen per jaar. Zo ook de ervaren Nederlandse zeevaarder Dick Huges. Hij was net uit Engeland vertrokken op weg naar Amerika toen zijn gps het begaf. Zijn enige redding was een klein boekje waarin werd beschreven hoe je je weg moest vinden aan de hand van de zon en de Poolster. Zonder enige kennis hierover heeft Huges het boekje gebruikt en vond na vier weken Amerika. Hij had het overleefd. Zonder gps.

Kennis van navigeertechnieken is voor zeelui van levensbelang. Als Huges het navigeerboekje niet aan boord had gehad, had hij Amerika misschien nooit bereikt. Door alleen maar op de gps te vertrouwen, weten mensen zich geen raad meer zodra het allemaal kapotgaat. Doordat ik mijn profielwerkstuk over navigeertechnieken heb geschreven, durf ik met 100% zekerheid te zeggen dat ik, als mijn gps ooit zal uitvallen, alsnog mijn bestemming weet te bereiken. Simpelweg door naar de natuur, de zon, de sterren te kijken. Bovendien zijn de meeste van deze navigeertechnieken helemaal niet zo lastig als er wordt gedacht. Steek een paar uur aan aandacht in het leren van deze technieken en je zult er je hele leven profijt van hebben.

Eveline ging twee jaar op reis met Masterskip, als trainee. ‘Deze vijf weken op het schip hebben mij gevormd. Het gevoel van rust dat de zee met zich meebrengt. Het bijzonderst vond ik dat als je niks ziet behalve de blauwe zee, het dan voelt alsof de hele wereld zich op het schip afspeelt. Alsof er geen “buitenwereld” is. Je bevindt je in een bubbel, zonder enig idee van tijd en plaats. De wereld verandert, de zee niet. De zee ziet er nog precies hetzelfde uit als toen de Romeinen de baas waren over Europa.’

Na haar reis op de Wylde Swan is Eveline zich gaan verdiepen in navigatietechnieken. Ze heeft haar profielwerkstuk ‘Navigeren op zee zonder hulpmiddelen’ geschreven en graag delen wij in deze blog met jullie wat ze daar allemaal over heeft geleerd!

In haar profielwerkstuk geeft Eveline antwoord op de volgende vragen:

Hoe navigeer je op zee op de sterren?
Hoe navigeer je op zeedeining?
– Hoe navigeer je op patronen in de deining?
– Hoe gebruikt men stokjeskaarten om mee te navigeren?
Hoe vergroot je de kans dat je land vindt?
– Hoe vind je land met behulp van vogels?
– Hoe vind je land door middel van wolken?
Hoe ontstond Westerse navigatie?
Op welke manieren navigeerden de Westerse ontdekkingsreizigers?
– Hoe navigeer je op zee op de poolster?
– Hoe navigeer je op zee met gebruik van de zon?

Dit is een stuk uit het hoofdstuk ‘navigeren op zee op de sterren’:

Ik wist wel al dat je de weg kon vinden op zee door middel van bepaalde sterren, namelijk de Poolster en het Zuiderkruis. Ik dacht toen dat dit de enige sterren waren waarmee je kon navigeren. Toen ik hoorde dat de
Polynesiërs elke ster konden gebruiken voor navigatie, was ik even de weg kwijt. Ik kon me niet voorstellen hoe deze mensen in staat waren om elke ster die ’s nachts zichtbaar was te herkennen en te gebruiken voor navigatie. Dan moet je zoveel sterren kennen! Anderhalf jaar later, tijdens de Tall Ships Races, had ik wacht (een aantal uur dat je wakker moet zijn en moet kijken of alles op het schip goed loopt) toen het donker was. Dit betekende dat ik de sterrenhemel zou zien! Ik ben op het achterdek op mijn rug gaan liggen om naar de sterren te kijken. Ik zeilde in Noorwegen en Denemarken, dus de Poolster was relatief hoog in de hemel. Ik ben gaan letten op de verschillende sterren. Als ik even 5 minuten iets anders ging doen dan naar de sterren kijken, wist ik na 5 minuten niet meer welke ster ik had bekeken en waar die zich bevond. Ik kon alleen nog de kleine beer en de poolster terugvinden. Bovendien waren dit ook de enige sterren die ik kende.

Ik ging de navigators steeds bijzonderder vinden. Hoe was het mogelijk dat ze alle sterren die ze zagen konden plaatsen en onthouden? Het
antwoord is oefenen. Maar zelfs al heb je nog zolang over de sterren geleerd, dan vind ik het nog steeds ongelooflijk hoe je al die glinsterende stipjes in de hemel kunt herkennen en er mee van A naar B kunt komen.
Voor navigeren aan de hand van sterren worden (op enkele uitzonderingen na) alleen sterren gebruikt die zich laag in de horizon bevinden. Het belangrijkste van een ster is de plek van het opkomen en ondergaan van de ster. Dit blijft namelijk het hele jaar hetzelfde (uitzondering voor een veranderende breedtegraad). De tijd van het opkomen en ondergaan van een ster verschilt wel: elke dag komt een ster 4 minuten
eerder op, wat betekent dat in een half jaar een ster 12 uur eerder opkomt. Dit is voor de navigators echter geen probleem. Zij weten namelijk precies welke ster waar opkomt. Ook weten zij waar een ster die door de horizon dwaalt, ondergaat. Ze kunnen ook, als het helemaal bewolkt is en ze slechts een paar sterren kunnen zien, weten welke sterren dit zijn en waar deze ondergaan. Hier is natuurlijk heel veel kennis voor nodig. Een ster komt altijd op tussen 1º en 180º, in de oostelijke kant van de hemel, omdat de aarde naar het oosten draait. De zon komt daarom op in het oosten en gaat onder in het westen. Met sterren zit het precies hetzelfde. Bepaalde sterren zijn meestal alleen in bepaalde seizoenen zichtbaar. Sterren die ’s nachts opkomen, zijn een half jaar later ’s nachts niet meer te zien. Dit komt doordat ze dan opkomen in het daglicht, waar ze niet zichtbaar zijn. Vaak zijn de sterren die je ’s nachts ziet alleen zichtbaar in die maand. Zo zie je een deel van de sterren die in september ’s nachts te zien zijn niet meer in oktober. Dit vergt dus een hele grote kennis van navigators: omdat ze meestal het hele jaar door zeilen, moeten ze de sterren die maand specifiek zijn allemaal kennen.

Het is echter niet zo dat een ster precies een route aflegt van 180°*. Een ster komt op in een bepaalde hoek. Een ster die opkomt in het noordoosten, gaat onder in het noordwesten. Een ster gaat dus altijd onder in het tegenovergestelde van waar die opkomt. Zodra een ster opkomt, kun je naar haar sturen. Een ster komt bijvoorbeeld op op 80°. Als je naar een plek toe wilt sturen en de richting daarheen ±80° is, kun je die ster gebruiken als “guiding star’’; een richting aangevende ster. Deze ster kun je echter niet de hele nacht gebruiken, aangezien de ster steeds meer naar het noorden en uiteindelijk naar het westen beweegt. De ster zal zich dus na verloop van tijd bevinden op bijvoorbeeld 76°. Weer later op 50°. Als je de hele tijd deze ster blijft volgen, ga je uiteindelijk een deel van een cirkel varen. Dat wil je natuurlijk niet, want dan zal je niet op je bestemming aankomen.

*De graden die hier beschreven worden, zijn kompasgraden. 0º is noord, 90º is oost, enz. Dit wordt het azimut (horizontale peiling) van een hemelobject genoemd.
*Een uitzondering hierop is als de declinatie* van een ster zich boven de breedtegraad bevindt waar jij je op dat moment bevindt. De ster zal dan precies een baan van 180º afleggen, precies van oost naar west.
Declinatie: de plaats in booggraden van een hemelobject (ster, planeet enz.) noord of zuid van de hemelevenaar. De declinatie van de poolster is ongeveer 89°. De hemelevenaar is een denkbeeldige lijn, net zoals de evenaar (equator).

NASCHRIFT: Met dit blog gaven we jou een voorproefje over wat er komt kijken bij navigatie zonder hulpmiddelen. We nodigen je graag uit om jezelf te verdiepen en bekwamen in deze technieken! Wil je meer weten, mail ons dan en we sturen jou Eveline haar profielwerkstuk toe.